Het tennisspel

A nw 2010

Tennis
Tennis is een balsport voor twee (enkelspel) of vier (dubbelspel) spelers, waarbij een kleine bal (meestal geel met witte lijn) met een racket over een net gespeeld moet worden.

Tennis is ontstaan in Engeland en wordt in zijn hedendaagse vorm gespeeld sinds 1873. De naam is evenwel afgeleid van het Franse woord "tenez!"(in het Nederlands: "houd (de bal)!").

Bij een wedstrijd moet de bal binnen de speelhelft van de tegenstander(s) worden geslagen met als doel het de tegenstander onmogelijk te maken de bal terug te slaan over het net en binnen het eigen speelveld. Als sport is tennis ideaal om het met een aantal bekenden te spelen, zonder aan georganiseerde wedstrijden mee te doen. Tennissers van wedstrijden en tennissers voor hun plezier zijn over het algemeen lid van tennisverenigingen. De Nederlandse overkoepelende organisatie voor het tennis is de KNLTB.

Ieder jaar zijn er vier grote tennistoernooien, genaamd Grand Slams. In januari wordt de Australian Open gespeeld, rond mei en juni het graveltoernooi Roland Garros, in juni en juli het grastoernooi van Wimbledon, en ten slotte in augustus en september de US Open.

Suzanne LenglenSuzanne Lenglen 25-voudig grand slam winnares

 

Het tennisveld
Het speelveld wordt in twee helften verdeeld door een net, dat in het midden hangt. Elk van de twee speelhelften is verdeeld in drie vlakken: een achtervlak, en twee voorvlakken (service vakken). De lijn tussen de twee helften heet de middellijn en de achterste lijn heet de basislijn (vaak ook baseline genoemd) Het veld en de diverse vakken worden gescheiden door witte lijnen, die gelden als onderdeel van het speelveld. Een geslagen bal die buiten het veldkader van de tegenstander geslagen wordt (dwz. zelfs de lijn niet meer raakt) is 'uit' en levert de tegenstander een punt op. In het enkelspel wordt het veldkader begrensd door de binnenste zijlijnen. In het dubbelspel worden de buitenste zijlijnen gebruikt. (Beide zijlijnen worden samen ook wel de 'tramrails' genoemd.)


tenniscourt

Speelgrond
Tennis wordt gespeeld op verschillende soorten ondergrond. In het professionele circuit wordt er voornamelijk op gras, gravel en hardcourt gespeeld. Sinds 2009 wordt er nog amper op tapijt gespeeld.

- Gras (ook wel lawntennis genoemd)
- Kunstgras
- Gravel (rood, gemalen baksteen)
- French Court (kunstmatige, rode fijnere bedekking dan gravel, over een laag afdekkingstapijt om de drainage/afwatering niet te laten
  dichtslibben)
- Canada Tan (iets grover dan gravel)
- Hardcourt (cement/beton)
- Indoor (kunstvloer)
- Tapijt
- Snapsports (modulair)
- Smashcourt (kunstgras gevuld met heel fijn keramisch materiaal)

Spelregels

Serveren
De bal wordt van achter de achterlijn, de baseline, in het spel gebracht met de opslag, waarbij de bal met één hand omhoog wordt geworpen en met het racket in de andere hand wordt geslagen. Opslag en service is hetzelfde. Dit kan onderhands en bovenhands gebeuren (onderhands serveren is weliswaar toegestaan, maar geoefende spelers hebben voordeel aan een bovenhandse service).
De bal moet daarbij zonder het net te raken neerkomen in het voorvak van de tegenstander, diagonaal ten opzichte van de kant waar vandaan men serveert. Indien de bal het net raakt (en in het service-vak komt) krijgt men een zogenaamde "let" en moet de opslag over worden gedaan, maar als de bal buiten het service-vak valt is het een fout. Dit "let" fenomeen kan zich tot in het oneindige herhalen, zonder dat het punt naar de tegenstander gaat.

Een teruggeslagen serveerslag noemt men een return. Een niet door de tegenstander aangeraakte, correcte serveerslag heet een ace. Een bal die op de netrand wordt geslagen is een netbal.

Men mag eenmaal een foute service (opslag) doen zonder direct puntverlies. Bij de tweede foute opslag, een dubbele fout genoemd, gaat het punt naar de tegenstander. Men mag bij het serveren de achterlijn niet met de voet(en) raken voordat de bal geraakt is: bij een voetfout is de service altijd fout, zelfs al komt de bal in het juiste vak. De opslagbeurt rouleert per game. Wie goed serveert heeft over het algemeen meer kans de game te winnen, al geldt dit in mindere mate bij dames. Verliest men de eigen opslagbeurt, dan is de tegenstander 'door de opslag gebroken' of heeft deze een (service)break gerealiseerd.

Soorten slagen
forehandforehand

Forehand - slag waarbij de palm van de speelhand naar voren wordt gehouden. De forehand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden. Een dubbelhandige forehand wordt weinig gespeeld .
Backhand - slag waarbij de rug van de speelhand naar voren wordt gehouden. De backhand kan zowel enkelhandig als dubbelhandig geslagen worden.
Groundstroke - lange slag, die a.h.w. het hele speelveld bestrijkt.
Slice / Backspin - onderscheiden in forehandslice en backhandslice. Techniek waarbij achterwaarts effect wordt bereikt door de bal met een neerwaartse beweging en een licht achterwaarts gekanteld racket te spelen.
Topspin - onderscheiden in forehandspin en backhandspin. Techniek waarbij voorwaarts effect wordt bereikt door de bal met een opwaartse beweging te spelen.
Dropshot - slag waarbij de speler de bal zodanig speelt dat die zo snel en steil mogelijk vlak achter het net de grond raakt en zo min mogelijk opstuit.
Smash - slag waarbij een hoge bal (meestal zonder stuit) boven het hoofd, met kracht wordt gespeeld, dus door een worpbeweging gelijkaardig aan de opslag.
Volley - slag van de bal die niet heeft gestuit, kan zowel met de forehand als met de backhand in principe met een korte beweging gespeeld vanaf een positie bij het net, je gebruikt deze slag als je aan het net staat.
Half-volley - Een bal die, meestal half in het veld staande, vlak na de stuit (dus in de opwaartse beweging van de bal) geslagen wordt.
Drive - een slag die tijdens een slagenwisseling zonder te stuiteren uit de lucht wordt geslagen op de manier van een normale forehand of backhand.
Ace - winnende opslag waarbij de tegenstander de bal niet raakt.

Materialen

Ballen
tennisballen 

Voor de grootte, gewicht en doorsnede van de bal is alles vastgesteld: De doorsnee van de bal moet ongeveer 6,5 centimeter zijn. Het gewicht ongeveer 58 gram. De stuiterhoogte, als de bal van ongeveer 2,5 meter hoogte wordt losgelaten, moet tussen de 1,27 en 1,52 meter hoog zijn. Er zijn ook ballen zonder druk, die zijn harder dan de gewone ballen en spelen anders. Ballen zonder druk kan je langer houden; ze worden minder snel zacht.

Er worden in de professionele tenniswereld bijna uitsluitend gele tennisballen gebruikt. Bij training kunnen echter wel andere kleuren worden gebruikt. Geel-groene ballen zijn extra zachte ballen, die worden gebruikt bij mini's (jonge tennisspelers, meestal tot 7 jaar). Oranje-gele ballen zijn extra hard. Ze zijn erg geschikt om te worden afgeschoten door ballenmachines. Ballenmachines worden veel gebruikt bij trainingen.

Kleding
Vooral vroeger speelden tennissers in witte kleding. Tegenwoordig is dit minder streng. Meestal wordt door heren een t-shirt of poloshirt met een korte broek (short) gedragen. Vrouwen dragen een shirt met of een tennisrok of een korte broek of een lange broek in de winter. Op Wimbledon is het nog steeds verplicht om witte kleding te dragen, bij de andere wedstrijden niet meer.

Ook wordt er gebruikgemaakt van tennisschoenen en tennishandschoenen.

Tennisrackets
oudtennisracket

Moderne tennisrackets variëren in lengte, van 50 tot 65 cm voor jongere spelers tot 70 cm voor krachtigere, oudere spelers. Naast lengte is er ook een verschil in de grootte van het slagoppervlak. Een groter oppervlak geeft de mogelijkheid tot hardere slagen, terwijl een kleiner oppervlak preciezer is. Gebruikte oppervlaktes liggen tussen 550 en 880 vierkante cm.

De eerste tennisrackets waren gemaakt van hout en waren kleiner dan 550 vierkante cm. In de jaren zeventig werden de eerste rackets van aluminium geproduceerd, waardoor grotere oppervlaktes bereikt konden worden. Met bijvoorbeeld de Wilson T2000 werd nog een uitstapje gemaakt naar rackets van staal, maar na de introductie van composietmateriaal rond 1980 werd dit de nieuwe standaard voor moderne rackets.

Een ander belangrijk onderdeel van een tennisracket zijn de snaren, welke tegenwoordig meestal van synthetisch materiaal worden gemaakt. Enkele topspelers, waaronder Pete Sampras, gaven de voorkeur aan natuurlijke vezels, omdat deze een beter 'gevoel' en controle zouden geven. Synthetisch materiaal is echter veel duurzamer en goedkoper. Wanneer de snaren dichter op elkaar geplaatst worden levert dit nauwkeurigere slagen op, terwijl een 'open' patroon krachtigere slagen geeft. Naast het patroon heeft ook de spanning van de snaren invloed op de slag. Slappere snaren geven krachtigere slagen, doordat de bal als het ware tegen een trampoline aan komt. Strakker gespannen snaren geven juist meer controle, doordat de bal contact heeft met de snaren.

Er zijn verschillende merken en soorten tennisrackets, waaronder:

Babolat, Wilson, Dunlop, Donnay, Fischer, Prince, Head, Tecnifibre, Tyger, Yonex, Rucanor, Pro Supex


Puntentelling
De punten worden geteld volgens het traditionele Britse systeem: 15, 30, 40, game, set and match.

Een match of wedstrijd wordt gespeeld naar twee gewonnen sets, hoewel de heren in grote toernooien (Grand Slam, masters en Davis Cup) drie sets moeten winnen, en men dan maximaal een vijfsetter speelt. Voor vrouwen is het maximale aantal te spelen sets altijd drie.
Een set wordt gewonnen door de speler die het eerst 6 games wint, met een verschil van twee games. Als de stand in een set 6-5 is en de speler die op 6 staat de volgende game wint, dan wordt het 7-5 en is de set afgelopen. Wordt het echter 6-6 dan zijn er twee mogelijkheden waarbij de tiebreak de meest gebruikelijke is:
doorspelen totdat er een verschil van twee games wordt bereikt.
er wordt een tiebreak gespeeld. Dit is te beschouwen als een bijzondere game en de winnaar van deze tiebreak wint de set.
Een game wint men door vier gewonnen punten, die geteld worden als 15, 30, 40 en 'game'. Nul punten duidt men in het Engels traditioneel aan met "love". Ook hier echter een verschil van twee. Als het 40-40 (deuce) wordt dan worden er nog minimaal 2 punten gespeeld. Eerst heb je voordeel(voor de serveerder) of nadeel(voor de ontvanger) en dan game, Het kan lang duren tot de game uiteindelijk gewonnen wordt, doordat het na voordeel of nadeel steeds weer deuce kan worden.
voordeel of nadeel wordt in het engels advantage genoemd. Met advantage is er geen verschil voor de ontvanger en de serveerder.

Wanneer men "No-ad" speelt is de game gewonnen na het eerstvolgende punt bij de stand 40-40 (deuce). De ontvanger beslist in deze situatie of het punt van links of van rechts wordt aangevangen.
Wedstrijdleiding
Elke professionele tennispartij wordt geleid door een scheidsrechter (umpire), die op een verhoogde stoel aan een uiteinde van het net zit. De scheidsrechter kent de punten toe, beslist in twijfelgevallen (was de bal uit of in?), geeft de verplichte rustpauzes en spelhervattingen aan, geeft zo nodig toestemming voor blessurebehandeling, plaspauzes en shirtwisseling (dames), en houdt overenthousiaste spelers, trainers, ouders en overige toeschouwers bescheiden in toom. De scheidsrechter krijgt (gebruikelijk) na afloop van de partij een hand van de spelers.
Bij een professionele tennispartij houden 8 (soms 10) lijnrechters in de gaten of de bal binnen, op, of buiten de lijnen valt: er zijn 6 lijnrechters voor de verticale lijnen en 2 (soms 4) voor de horizontale lijnen. Met roepwoorden en/of armgebaren maken ze hun waarneming duidelijk. Een 'uitbal' en een 'netbal' worden altijd hoorbaar aangegeven.
Ballenjongens en -meisjes rapen de ballen voor de spelers op en zorgen ervoor dat de speler die de opslag heeft de nodige ballen ontvangt. Verder verlenen ze de spelers tijdens het spel en de rustpauzes wat hand- en spandiensten.
Sinds 2007 wordt de scheidsrechter ook bijgestaan door een elektronisch systeem, de Hawk-Eye, dat de lijnen bewaakt. Iedere geslagen bal wordt gevolgd door een cameracircuit; op aanvraag produceert het systeem een animatie om te bepalen of de bal in of uit is. Beide spelers hebben het recht driemaal per set de hawkeye aan te roepen (dit heet een challenge). Het systeem werd al eerder gebruikt voor televisie-uitzendingen. Bij wedstrijden op gravel is het systeem niet nodig, omdat daar de balafdruk als bewijs dient. 

 

 Records

Snelste tennisopslag
Andy Roddick (VS) vestigde op 24 september 2004 het record voor de snelste tennisopslag met 249 km/h (155 m/h)[1]. Dat deed hij in de halve finale van de Davis Cup tegen Vladimir Voltchkov uit Wit-Rusland. Ter vergelijking: Roger Federer haalt gemiddeld een snelheid van 200 km/h.
Bij de vrouwen haalde Venus Williams tijdens Roland Garros 2009 een opslag van 206 km/h. Dit is het officiële record. Dat is echter nog niet de hardste opslag ooit bij de vrouwen; die staat nog steeds op naam van de Nederlandse Brenda Schultz-McCarthy. Zij haalde 209 km/h.
 
Recordwedstrijd Mahut - Isner
Meeste aces in één wedstrijd.  Op 23 juni 2010 sloegen Nicolas Mahut en John Isner in een recordwedstrijd op Wimbledon het oude record aan gort door respectievelijk 103 en 112 aces in een wedstrijd te slaan.

Het oude record was in handen van Ivo Karlovic. De Kroaat sloeg op 19 september 2009 in de Davis Cup-partij tegen Radek Štepánek 78 aces in een wedstrijd. Desondanks verloor hij de partij. Tot dat moment had hij echter zelf met 55 aces het wereldrecord in handen.[2]

Langste Set
Nicolas Mahut en John Isner speelden op 23 juni 2010 op Wimbledon de langste set ooit. De vijfde set in deze wedstrijd duurde al langer dan de langste ATP wedstrijd ooit gespeeld. Uiteindelijk eindigde deze set in 70-68, in het voordeel van John Isner.

Langste Wedstrijd
Nicolas Mahut en John Isner speelden op 22, 23 en 24 juni 2010 op Wimbledon de langste wedstrijd in de ATP-tour ooit: in totaal 11 uur en 5 minuten. De eerste vier sets werden op 22 juni afgewerkt. Hier hadden ze maar 2 uur en 57 minuten voor nodig. Op 23 juni hadden ze meer dan zeven uur nodig voor de laatste set. Op dag twee werd de wedstrijd gestaakt bij een stand van 59-59 in de vijfde set. De wedstrijd eindigde in 70-68 in het voordeel van John Isner. Het oude record stond op 6 uur en 33 minuten.

Meeste games in één wedstrijd
Nicolas Mahut en John Isner speelden op 22, 23 en 24 juni 2010 op Wimbledon de meeste games in één wedstrijd. Het oude record van 112 games werd tijdens de vijfde set verbroken. In totaal zijn er 183 games gespeeld. Dit aantal is vergelijkbaar met een tenniswedstrijd van 15 sets.

Meeste games in één set
Nicolas Mahut en John Isner speelden op 23 en 24 juni 2010 op Wimbledon de meeste games in één set. De set eindigde uiteindelijk met 138 games. De langste wedstrijd voor deze wedstrijd duurde 'slechts' 110 games in totaal. Dit was nog van voor het invoeren van de tie-break.